The long road ahead

Deze morgen was het moeilijk opstaan. We waren immers aan onze laatste dag gekomen. Een dag waarop we enkel asfalt zouden zien. Voor ons lag een lange weg dwars door Tjechië, Duitsland om uiteindelijk nog een stukje België te doen.

We waren bijna aan de grens Tjechië-Duitsland toen de bus nog even halt hield bij een wegrestaurant met de twee gouden bogen voor een avondmaal. Ik bestelde een menu waarvan ik dacht dat het de tegenwaarde zou zijn voor wat in mijn portefeuille zat (dat niet eenvoudig is als je bedenkt dan een 1 kroon nu 0,03 euro waard is. Dus think big!). Ik legde al mijn kronen (korunas) op een hoopje om ongeveer zo’n 140 kronen te overhandigen aan de kassierster. Ik kwam er net niet. Ik had zo’n 5 kronen te kort. Hoe ik ook zocht, ik kon enkele geen extra kroon meer op tafel toveren. De bediende weigerde dan ook om mijn klaarstaande bestelling te overhandigen. Ik stond daar zo’n minuut. Maar ze wou van geen wijken weten. Nu uiteraard kun je met euro’s nog wat redden, maar toen waren er enkel theoretische ECUs. Weinig zinvol dus en het muntstuk van 10 Belgische frank dat ik bij me had wou ze ook al niet. Na lang aandringen bezweek ze toch en liet ze me gaan voor omgerekend zo’n 15 eurocent te kort. Ik bedankte haar wel enkele keren vooraleer ik met mijn dienblad aan een tafeltje plaatsnam. Ik had mijn hamburger en mijn frietjes op en genoot nog wat van mijn Fanta, toen de chauffeur ons bijeen riep om te vertrekken.

Nog een stukje rijden en we zouden aan de grens zijn, een kleine 10 kilometer. En daar doemde zich een groot plein op, met netjes een aantal vlaggen op een rij. Waaronder de blauwe met de 12 gele sterretjes, die ik wel kon apprecieerde. Voor de bus aanschoof wou de gids er terug uit. Ging door een poortje in het hek en was zo in no time aan de Duitse zijde. Wij moesten het wel doorzitten. Maar echt lang duurde het gelukkig niet.

Toen de gids terug in de bus stapte gingen we terug op weg. De gids wou graag op de trein gezet worden in het grensstationnetje. We reden dus de snelweg af, kwamen in een klein, onooglijk dorpje terecht. Na wat zoeken vonden we dan uiteindelijk het Bahnhof. We zwaaiden de man uit en gingen terug op weg, wat zoekend maar uiteindelijk was de Autobahn terug onder onze wielen gekomen.

We gingen de nacht in toen we verder en verder het vermoedelijk Saksische land ingingen. Ik herinner me nog de lichten van Leipzig in de verte toen de bus even halt hield, maar het kon ook een andere stad geweest zijn.

Ik probeerde wat te slapen en toen ik mijn ogen terug open deed waren we al Keulen voorbij, dus we naderden doel.

Ik zag dat de anderen om me heen ook stilaan wakkerder begonnen te worden. Toen we de Duits-Belgische grens overreden, wat toen in de praktijk gewoon een lijn was. Was er een golf van euforie dat het niet lang meer zou duren tot we terug thuis zouden zijn.

De bus naderde Brussel en we reden af om naar het station van Schaarbeek te gaan. Mijn moeder stond me al op te wachten en was een beetje ontgoocheld dat ik zo lauw reageerde. Ik was een goeie week weg geweest en had veel veel meegemaakt. Ze begroette me en nam mijn bagage over. Ik nam afscheid van de begeleiders en de chauffeur, zwaaide nog een keer en toen was ik weg.

Mijn moeder liep voor om de trein te zoeken. Een boemeltje naar Brussel Zuid. Toen ze op de trein wou stappen was ze, zoals gewoonlijk, wat haastig en zette haar voet naast het opstapje. Met het gevolg dat ze tussen de trein en het perron viel. Ik nam mijn bagage terug over en samen met de conducteur, die intussen kwam aangesneld, trokken we haar uit haar netelige positie. Nog wat trillend stapte ze nu heel bewust op het opstapje en plofte zich neer op een bank in 1st klas. Toen was dat nog mogelijk met mijn vaders treinkaartjes. Ze schoof haar broek wat omhoog en zag dat haar been wat aan het bloeden was, een fameuze schaafwonde was het gevolg. Gelukkig vond ze snel de rust en kon toen we in Brussel Zuid terug in grote pas op de trein naar Brugge stappen.

Om de pijn wat te vergeten vroeg ze naar wat ik allemaal had gezien en beleefd. “Veel”, was het antwoord misschien te kort. Ik kon het niet beter samenvatten. Veel dingen moesten nog bezinken, vragen tijd en wat reiservaring. Het verbaasd me nog steeds dat ik na 20 jaar na datum nog steeds zoveel fragmenten heb onthouden. Veel dingen zullen nu ingrijpend zijn veranderd sinds 2006. Die teksten te typen laten me verlangen om het nieuwe Europa te herontdekken. Wie weet binnenkort …

Een hectische dag Praag

Ik was de eerste wakker van het gezelschap en opende plichtsbewust de gordijnen. Ik schrok me een ongeluk toen ik oog in oog stond met een arbeider die aan de andere kant van het raam de kozijnen aan het schilderen was vanop de stelling. Ik sloot ze meteen terug en stond lijkbleek in de kamer. Iedereen vroeg wat er scheelde en ik vertelde wat ik net zag. Na op adem te zijn gekomen kleedde ik me aan en vergat het hele voorval.

Vandaag stond een stadszoektocht op het programma.

Na het ontbijt, gingen we naar het nabijgelegen metrostation, gewapend met een kaart. We kochten een dagticket en begaven ons naar de metrostellen. Ik herinner me nog de Tjechische en Russische teksten op de metrostellen en in de stations. Schijnbaar was er nog een grote groep die vertrouwd was met het cyrilisch schrift. Ik in ieder geval niet en ik was dan ook blij dat we duidelijke aanwijzingen kregen van onze gids. Hij waarschuwde ons voor controleurs, die er heel gewoon uitzagen. Zo was het de normaalste zaak dat een skater een controleur bleek te zijn. Kortom de schrik zat er bij de meesten wel in. Voor we op de trein stapten moesten we onze kaart ontwaarden in een ouderwetse valideermachine. Zo’n ding dat een hels lawaai maakt om een stempel te drukken op een ticket. Als de deuren sloten maakte het rijtuig geen irritante pieptoon maar een bandje werd afgespeeld dat “de deuren weldra zouden sluiten”. Hiermee had je in principe nog een 3 tal seconden rekende ik uit.

Nu moesten we een stukje tram doen en in het voertuig zag ik een ontwaardtoestel. Ik had het gevoel dat ik een overstap moest melden en stak mijn ticket nogmaals in de machine. Tot mijn verbazing stampte het toestel nog een stempel op mijn ticket waardoor het nu zogoed als onleesbaar was geworden. Oeps… hopelijk komen we nu geen controleur tegen.

Na een opdracht te hebben volbracht, moesten we terug de metro in. We ging het station in en zagen dat op het peron een trein klaarstond. Er stond nog een deur open en we sprongen er nog net in toen de waarschuwing zich liet horen. Ik was de laatste in de rij en de deuren sloeg net voor mij dicht. Ik was te laat … en weldra zag ik de trein vertrekken.

Nu stond ik daar op het perron, alleen! Ik bleef gewoon staan en nam me voor om de volgende trein en hoopte intussen dat mijn kameraden aan het volgende station waren uitgestapt zodat ik kon bijbenen. Er kwam een trein aan, nu had ik een zee van tijd om in te stappen en nadat ik bij het volgende station was uitgestapt… was er van mijn vrienden geen spoor te bekennen. Ze hadden duidelijk niet hetzelfde idee als ik. Beetje verveeld met de zaak leek het me best om terug te keren naar het hotel en te wachtten op nieuws. Ik keek op de metrokaart en zag mijn route voor me liggen. Ik stapte terug op de trein in de andere richting en ik telde de stations af. Toen ik er bijna was en het voorlaatste station was gepasseerd kwam de trein plots tot stilstand in de tunnel. De motor sloeg uit en tot overmaat van ramp ging ook het licht uit voor een vijftal seconden. Schijnbaar kwam dit meermaals voor want toen het licht terug aanging keek niemand raar op. Voor mij was het echter wel even een bang moment. Niet zozeer dat ik vast zou zitten maar dat ik tegen een controleur zou opbotsen. Blij was ik dan ook dat ik het metrostation kon verlaten zonder problemen.

Ik wist nog dat het hotel niet al te ver van het metrostation lag, maar daarvoor moest ik eerst een park doorkruisen. Ik herinner me nog dat ik aangesproken werd door een vrouw op een bankje, die duidelijk zag dat ik wat op de dool was. Eerst in het Tjechisch, toen dat niet lukte sprak ze Duits. Waarop ik kon antwoorden en plots sprong ze over op Frans. Ik ging mee in het gesprek. Tot ze plots overging naar het Engels. Ik had het gevoel dat ze haar talenkennis aan het proberen was en toen ze terug op het Tjechisch kwam, brak ik het gesprek af. Ik gebaarde dat ik verder moest, terug naar het hotel. Ze zwaaide nog eens en dat was het dan.

Ik stapte het hotel binnen en in de foyer zaten de twee begeleidsters die wat geschrokken waren dat ik opeens op de stoep stond. Ik legde mijn avontuur uit en verwittigden de gids. Intussen had hij ook al door dat er iets niet klopte toen ik niet op de eindbestemming was. De beleidsters namen me mee naar de stad waar ze op de gids wachtten. We zaten in een tea-room in hartje Praag. Een van hen wees op het sterke gelijkenis van de jingle van het lokale radiostation met die van de toenmalige Radio Donna.

Omdat de gids een rasechte West-Vlaming was uit Kortrijk die was uitgeweken naar Tjechië enkele jaren eerder, was hij verheugd om me rond te leiden in onze taal. In het plat West-Vlaams leidden hij ons door de smalle straatjes van een sprookjesachtige wijk van Praag. Ik herinner me nog dat ik samen met een andere reiziger van de groep met de bijzondere naam “Van Rossem” een gallerij bezocht. Als grap vroeg ik hem of hij familie was van de toen bekende politicus. Hij keek me verlegen aan bekende dat hij de neef was. Ik liet het gesprek toen even varen.

’s Avonds was de groep terug volledig en we zouden nog eenmaal Praag bezoeken “by Night”. De stad leek nog mooier bij maneschijn en overal waar we kwamen kregen we flyers in onze handen gedrukt voor recitels. Tot ik op een bepaald moment een drukwerk kreeg voor een aangebrand stuk.

Aan de wereldberoemde klok wachtten we tot het spektakel zou beginnen. De chauffeur die er ook bij was, vroeg me of ik kon aflezen hoe laat het was. De klok had zodanig veel wijzerplaten en tekens dat ik het antwoord schuldig moest blijven. Hij wees op een klein wijzerplaatje boven de klok. De inwoners hadden duidelijk hetzelfde probleem als ik gehad en hadden aangedrongen op extra wijzerplaat. Boven de astronomische klok ging een “gewoon” uurwerk. Subliem.

Nadat we terug in het hotel waren was ik blij dat ik terug onder de wol kon kruipen na een bewogen dag.

Terug op weg

De dag begon stralend in de bergen van Tjechië. Ik had die ochtend in de boomgaard naast het hotel een hangmat gevonden. Omdat het nog even zou duren voor de bus zou vertrekken had ik me erin geïnstalleerd. Na wat pogingen om in dat labiele laken te nestelen is het me na enige tijd gelukt. Ik liet me wiegen door een zachte zomerbries en de zonnestralen op mijn gezicht voelend, deed ik mijn ogen dicht. Enkel de vogels in de verte hielden me uit een slaap.

Toen na een halfuurtje de chauffeur en zijn begeleidsters iedereen verzamelden was het tijd om er terug uit te raken. Ik deed pogingen om door middel van rolbewegingen op de grond te komen. Maar helaas, het had weinig effect. Tot ik een hevige beweging maakte en over mijn as draaide. Ik kwam terug op de begane grond, maar die enkele decimeters lucht was er teveel aan. Ik kwam redelijk hard terug in aanraking met het gras.

Ik hees mijn bagage op de bus en plaatste me in een stoel. Nog wat wrijvend over mijn kniëen nam ik afscheid van “onze berghut”.

De bus reed steeds bredere banen op en al gauw waren we op de snelweg naar Praha. Toen we plots een fietser inhaalden. Volledig in wielertennue koerste de man in het kielzog van een auto met open koffer. Een wielertraining die nu waarschijnlijk niet meer toegelaten zou zijn. Het was een gek zicht en ik keek nog lang na.

Een goed uur later waren we op onze bestemming. Het hotel werd gerenoveerd, het was dus ietsje goedkoper dan normaal. Daardoor konden we ook dichterbij de stad verblijven. Ik herinner me nog de stellingen rondom de kamers. Na onze aankomst hadden we even tijd om op adem te komen. Er was Tv op de kamer, dus we keken wat op de Tjechische televisie werd uitgezonden. Een bekende Tv-serie met typische Oost-Europese nasyncronisatie. Niet een veelvoud van karakterstemmen, zoals we de Fransen en de Spanjaarden zien doen, maar een monotome vertellerstem. Mijn Tsjechisch was toen onbestaande dus verzinden we maar wat er zou kunnen gezegd worden. Meestal sloeg dat op niet veel, maar we hadden in ieder geval plezier.

Er was die avond weinig gepland dus na het avondeten gingen we terug naar onze kamer.

Ik zag de zon zakken in de zee

Eigenlijk net het omgekeerde. Maar niemand kwam ooit op het idee om een liedje te maken over een zon die opkomt in de bergen.

Opstaan om 5u liep wat moeilijk, maar toen we in de bossen waren en de boslucht opsnoven was ik klaarwakker;

De gids loodste ons naar een uitstekende rots over een vallei.

We gingen allemaal zitten en zagen een hemels landschap zich uitstrekken. Iets later zagen we aan de horizon een rode tint, die steeds groter en helderder werd. De eerste lichtstralen vielen op de bergwand en zakten langzaam af naar het dal. Het was een adembenemend zicht.

Toen het al goed licht was stappten we terug richting hotel, want onze maag begon al te knorren en er wachtte ons een lekker ontbijt.

In de ochtend was een wandeling gepland naar het dorp. Tijdens de tocht begon ik te praten tegen de Waalse jongen waarmee ik eerder die kamer had gedeeld in Polen. We hadden veel onderwerpen maar vooral het verschil in taalonderwijs boeide me. Vooral omdat toen in Wallonië de keuze kon worden gemaakt tussen Engels als tweede taal of Nederlands. Mijn gesprekspartner had gekozen voor Nederlands, dat ongebruikelijk was.

“Omdat Engels nu eenmaal interessanter is.”

– “Denk je? Bijna 70% van het land spreekt Nederlands?”

– Ja, dat klopt maar wisselen jullie niet automatisch naar Frans?

– Tja.

Het werd een warme middag en de voettocht bleef maar duren. We waren dan ook blij om een begin te ontwaren van een dorp. Even later stonden me op het centrale plein. We kregen een picknick die na zo’n tocht erg welkom was.

Welk dorp het precies was, zou ik niet meer weten, zeker niet hoe je dat moet uitspreken.

Wel weet ik dat er die avond als afsluiting een feestje was gepland in een authentiek restaurant in het dorp. In een kelder was een stevige maaltijd bereid. Stevig, zoals dat meestal het geval is in een bergachtige regio. Na de maaltijd werd er muziek gespeeld en we mochten zelfs een glas bier bij de maaltijd. Ik heb zelfs een danske geplasseerd. Was het de alcohol of een euforisch gevoel, wie zal het zeggen. Het was in ieder geval een leuke avond.

De grens over

Na het ontbijt stapten we terug in de bus om naar de volgende etappe te gaan.

De Pools-Tjechische grens verliep een stuk vlotter. Minder brocantemarkten? Aan de grens wou de gids uit de bus en liep langs de grens door en stapte terug op de bus aan de andere kant van het hek.

Na enkele uren kwamen we aan op onze bestemming, Novy Jicin. Het was een bergdorp in Silisië. Het hotel waar we verbleven was een houten constructie en lag op een heuvel. Het ademde rust uit. Zeker na de drukte die we de dag eerder hadden ervaren in dat Pools festival.

Die avond kregen we een heerlijke maaltijd voorgeschoteld. De uitbater had een Hongaarse achtergrond want we kregen een soep voorgeschoteld en erna een goulash. Wat de herkomst ook was van het personeel, smaken deed het maar al te goed.

Er werd gevraagd wie morgen voor dag en dauw wou opstaan om de zonondergang te bekijken in de bergen. Ik zag dit zitten ging dan ook (relatief) vroeg gaan slapen.

De Holocaust

De volgende dag stapten we terug in de bus om een stukje terug te rijden naar het westen, naar Oswiecim. Die naam zei me ook niets maar de Duitse naam des te meer … Auschwitz. We werden rondgeleid door een uitstekende gids. Die vertelde met hart en ziel over de gruwelen die hier zich afgespeeld hebben. Wat me het meest is bijgebleven is de kamers volgestouwd met kleren, valiezen, prothesen en haar…

De gids sprak Pools waarna onze gids vertaalde in het Frans en daarna in het Nederlands.

De gids doorbrak even voor een positieve noot toen hij doorhad dat het Frans van de gids niet van het allerhoogste niveau was. Hij kon enkele woorden Nederlands, en vertelde er al lachtend bij dat hij even goed Nederlands sprak als sommigen Frans in de groep.

Daarna ging de tour verder, langs de executiemuur, langs de experimenten barak en de horror die zich daar had afgespeeld. En dan toch … enkele van de groep dachten er anders over en waren intussen de Top 10 aan het beluisteren. Het heeft lang geduurd vooraleer ik snapte wat er speelde. Nu heb ik enkelen gesproken die liever niet geconforteerd worden met gruwel.

Toen de rondleiding ten einde was en we terug naar ons hotel reden, was het stil in de bus. Ik keek uit het raam en zag de sporen die richting kamp liepen nog kilometers langs de bus lopen.

Tot op de dag van vandaag blijven de verhalen en beelden op mijn netvlies gebrand.

’s Avonds na het eten was er nog een spel gepland in de stad. Ons groepje moest in het arme Polen zingen voor geld. We gingen terug naar het hotel met een zakje muntstukjes maar vooral veel verhalen. De meeste voorbijgangers waren blij om hun Engels eens te oefenen. Al was er een koppel die vragen stelde waarom een rijke Belg aan het bedelen was in het arme Polen. Moeilijk uit te leggen.

Later op die avond was er vuurwerkparade gepland in de stad. Ik herinner me dat we tussen de mensen liepen die in hun handen vuurstokjes droegen. Echt veilig kun je dat niet noemen. Maar het zag er wel leuk uit.

Moe maar voldaan gingen we gaan slapen.

Een dagje cultuur

Die dag was er een uitgebreid bezoek gepland in de stad.

In de namiddag wou ik iets halen uit mijn hotelkamer. Ik kwam aan de kamer, maar die was dicht. En ik had zelf geen sleutel. Ik probeerde te weten te komen waar mijn kamergenoten uitgingen maar kon ze niet vinden.

Ten einde raad kon ik het kamermeisje overtuigen om haar loper te gebruiken. Het vroeg wat inspanning maar ik kon mijn bedoeling overbrengen. Ik kon in de kamer.

Die middag kaartte ik het verhaal aan en toen bleek dat de smalle, die niets van Vlamingen moest weten, het had nagelaten om de leiding op de hoogte te brengen. Ik kon die dag nog verhuizen van kamer. Het experiment van de leiding was mislukt, de meertaligheid forceren bleek moeilijker dan gedacht.

Het vertrek naar Polen

Het verhaaltje is bijna 20 jaar oud, dus er kan wel een en ander vergeten zijn.

Het begon allemaal in een school. Ik had een paspoort aangevraagd en mijn moeder liet de opvoeder weten dat het was afgeleverd in het Brugse Vrije, hiermee won ik 2 dagen tijd uit alvorens het zou worden verstuurd naar de afdeling Assebroek. De opvoeder had nagelaten om me op te hoogte te brengen dus net voor het kantoor sloot was ik in het bezit van dat bordeau-rode boekje.

Ik zou op zijn zestiende een culturele reis maken door Polen en Tjechië dankzij de sociale werken van het werk van mijn vader. Het was een tweetalige groep. Alleen op reis dus in een tijd voor 2006 toen de oppervlakte van de EU verdubbelde.

De bus vertrok ’s avonds vanuit het station van Schaarbeek. Nee, we gaan niet met de trein … Mijn moeder was mee om me uit te wuiven en ook wel een beetje om mijn bagage te dragen.

De leiding, twee oud-leerkrachten Engels en Frans, wachtte me op en na wat traantjes stapte ik op de bus richting Polen. De bus reed al gauw op de Brusselse ring en dat bood mooie vergezichten van een stad in de avondzon.

We hadden tijdens de nacht door Duitsland gereden en zelfs na 10 jaar hereenmaking waren de Duitsers nog steeds die Autobahn aan het verbeteren. De bus slingerde de hele tijd van het ene naar het andere baanvak om de wegwerkzaamheden te vermijden. Ik heb héél veel oranje lampen geteld.

Na enkele pauzes (minder toen dan nu) kwamen we aan aan de Duits-Poolse grens. Naast ons stond een auto met een aanhangwagen die volgestapeld lag met Oost-Duitse rommel. “Voor de antiekmarkt in Polen” zei de begeleidster. Toen de bus aan de twee vlaggen kwam, stapten twee douaniers op. De eerste was Duits strak in het pak en keek minieus elk paspoort na. Toen hij was uitgestapt kwam een sjofele man met een Pools vlagje op zijn arm genaaid. Hij keek naar de twee eerste rijen en zag dat het goed was en stapte terug uit de bus. De begeleiders stapten uit en gingen naar een klein kantoortje bij de grens. De buschauffeur vertelde me dat ze daar een beetje Poolse zlotys wisselen, tegen een weliswaar ongunstige koers, maar met het voordeel om sneller over de grens te raken. Het plan werkte, want nog geen half uur later was de bus al terug aan het bollen.

Na enkele kilometers verviel de snelweg al gauw tot andere standaarden. Ik herinner me dat we grote delen van het Poolse platteland aan ons voorbij zagen trekken op een eenvaksbaan. Toen de bus even halt hield sprong er al een jongen op die naarstig de ruiten van de bus begon op te blinken. Pas tegen de avond kwamen we aan in stedelijk gebied. Krakow was onze eerste bestemming. Ik probeerde het Pools te lezen dat overal op de uithangborden was geafficheerd. Maar ik kon er niets zinnigs van maken. De bus stopte aan het hotel en we checkten in. Ik werd ingekwartierd bij twee Walen. De ene leek sympatiek, maar de andere moest niets hebben van le Flamand. Na een bed gekozen te hebben trok ik naar het restaurant waar het eten werd opgediend. Het was een koude schotel in buffetvorm. Nadat we ons bordje hadden leeggegeten hadden we, als kwajongens die we toen waren, een merkteken in de ham aangebracht met ons mes. Geen grote opzichtige B maar iets kleiner. Het idee was dat diezelfde ham, die er niet zo vers meer uitzag, morgen opnieuw op de schaal zou liggen.

Na het eten ging ik met enkele gemaakte, Nederlandstalige vrienden wandelen in de historische stad. Gewapend met een kaart liepen we de deur uit. Het leek allemaal betoverend, het was aangenaam warm en de stad ontplooide zich toen nog zonder de hordes toeristen die nu waarschijnlijk de smalle straatjes opstoppen. Toen we een kiosk passeerden kochten we elk een fles cola omdat het nu eenmaal bijna niets kost. Ik vermoed dat ik omgerekend zo’n 10 frank uitgaf (25 eurocent). Na een leuke avond keerden we terug huiswaarts.