BLOG

Ik zag de zon zakken in de zee

Eigenlijk net het omgekeerde. Maar niemand kwam ooit op het idee om een liedje te maken over een zon die opkomt in de bergen.

Opstaan om 5u liep wat moeilijk, maar toen we in de bossen waren en de boslucht opsnoven was ik klaarwakker;

De gids loodste ons naar een uitstekende rots over een vallei.

We gingen allemaal zitten en zagen een hemels landschap zich uitstrekken. Iets later zagen we aan de horizon een rode tint, die steeds groter en helderder werd. De eerste lichtstralen vielen op de bergwand en zakten langzaam af naar het dal. Het was een adembenemend zicht.

Toen het al goed licht was stappten we terug richting hotel, want onze maag begon al te knorren en er wachtte ons een lekker ontbijt.

In de ochtend was een wandeling gepland naar het dorp. Tijdens de tocht begon ik te praten tegen de Waalse jongen waarmee ik eerder die kamer had gedeeld in Polen. We hadden veel onderwerpen maar vooral het verschil in taalonderwijs boeide me. Vooral omdat toen in Wallonië de keuze kon worden gemaakt tussen Engels als tweede taal of Nederlands. Mijn gesprekspartner had gekozen voor Nederlands, dat ongebruikelijk was.

“Omdat Engels nu eenmaal interessanter is.”

– “Denk je? Bijna 70% van het land spreekt Nederlands?”

– Ja, dat klopt maar wisselen jullie niet automatisch naar Frans?

– Tja.

Het werd een warme middag en de voettocht bleef maar duren. We waren dan ook blij om een begin te ontwaren van een dorp. Even later stonden me op het centrale plein. We kregen een picknick die na zo’n tocht erg welkom was.

Welk dorp het precies was, zou ik niet meer weten, zeker niet hoe je dat moet uitspreken.

Wel weet ik dat er die avond als afsluiting een feestje was gepland in een authentiek restaurant in het dorp. In een kelder was een stevige maaltijd bereid. Stevig, zoals dat meestal het geval is in een bergachtige regio. Na de maaltijd werd er muziek gespeeld en we mochten zelfs een glas bier bij de maaltijd. Ik heb zelfs een danske geplasseerd. Was het de alcohol of een euforisch gevoel, wie zal het zeggen. Het was in ieder geval een leuke avond.

De grens over

Na het ontbijt stapten we terug in de bus om naar de volgende etappe te gaan.

De Pools-Tjechische grens verliep een stuk vlotter. Minder brocantemarkten? Aan de grens wou de gids uit de bus en liep langs de grens door en stapte terug op de bus aan de andere kant van het hek.

Na enkele uren kwamen we aan op onze bestemming, Novy Jicin. Het was een bergdorp in Silisië. Het hotel waar we verbleven was een houten constructie en lag op een heuvel. Het ademde rust uit. Zeker na de drukte die we de dag eerder hadden ervaren in dat Pools festival.

Die avond kregen we een heerlijke maaltijd voorgeschoteld. De uitbater had een Hongaarse achtergrond want we kregen een soep voorgeschoteld en erna een goulash. Wat de herkomst ook was van het personeel, smaken deed het maar al te goed.

Er werd gevraagd wie morgen voor dag en dauw wou opstaan om de zonondergang te bekijken in de bergen. Ik zag dit zitten ging dan ook (relatief) vroeg gaan slapen.

De Holocaust

De volgende dag stapten we terug in de bus om een stukje terug te rijden naar het westen, naar Oswiecim. Die naam zei me ook niets maar de Duitse naam des te meer … Auschwitz. We werden rondgeleid door een uitstekende gids. Die vertelde met hart en ziel over de gruwelen die hier zich afgespeeld hebben. Wat me het meest is bijgebleven is de kamers volgestouwd met kleren, valiezen, prothesen en haar…

De gids sprak Pools waarna onze gids vertaalde in het Frans en daarna in het Nederlands.

De gids doorbrak even voor een positieve noot toen hij doorhad dat het Frans van de gids niet van het allerhoogste niveau was. Hij kon enkele woorden Nederlands, en vertelde er al lachtend bij dat hij even goed Nederlands sprak als sommigen Frans in de groep.

Daarna ging de tour verder, langs de executiemuur, langs de experimenten barak en de horror die zich daar had afgespeeld. En dan toch … enkele van de groep dachten er anders over en waren intussen de Top 10 aan het beluisteren. Het heeft lang geduurd vooraleer ik snapte wat er speelde. Nu heb ik enkelen gesproken die liever niet geconforteerd worden met gruwel.

Toen de rondleiding ten einde was en we terug naar ons hotel reden, was het stil in de bus. Ik keek uit het raam en zag de sporen die richting kamp liepen nog kilometers langs de bus lopen.

Tot op de dag van vandaag blijven de verhalen en beelden op mijn netvlies gebrand.

’s Avonds na het eten was er nog een spel gepland in de stad. Ons groepje moest in het arme Polen zingen voor geld. We gingen terug naar het hotel met een zakje muntstukjes maar vooral veel verhalen. De meeste voorbijgangers waren blij om hun Engels eens te oefenen. Al was er een koppel die vragen stelde waarom een rijke Belg aan het bedelen was in het arme Polen. Moeilijk uit te leggen.

Later op die avond was er vuurwerkparade gepland in de stad. Ik herinner me dat we tussen de mensen liepen die in hun handen vuurstokjes droegen. Echt veilig kun je dat niet noemen. Maar het zag er wel leuk uit.

Moe maar voldaan gingen we gaan slapen.

Een dagje cultuur

Die dag was er een uitgebreid bezoek gepland in de stad.

In de namiddag wou ik iets halen uit mijn hotelkamer. Ik kwam aan de kamer, maar die was dicht. En ik had zelf geen sleutel. Ik probeerde te weten te komen waar mijn kamergenoten uitgingen maar kon ze niet vinden.

Ten einde raad kon ik het kamermeisje overtuigen om haar loper te gebruiken. Het vroeg wat inspanning maar ik kon mijn bedoeling overbrengen. Ik kon in de kamer.

Die middag kaartte ik het verhaal aan en toen bleek dat de smalle, die niets van Vlamingen moest weten, het had nagelaten om de leiding op de hoogte te brengen. Ik kon die dag nog verhuizen van kamer. Het experiment van de leiding was mislukt, de meertaligheid forceren bleek moeilijker dan gedacht.

Het vertrek naar Polen

Het verhaaltje is bijna 20 jaar oud, dus er kan wel een en ander vergeten zijn.

Het begon allemaal in een school. Ik had een paspoort aangevraagd en mijn moeder liet de opvoeder weten dat het was afgeleverd in het Brugse Vrije, hiermee won ik 2 dagen tijd uit alvorens het zou worden verstuurd naar de afdeling Assebroek. De opvoeder had nagelaten om me op te hoogte te brengen dus net voor het kantoor sloot was ik in het bezit van dat bordeau-rode boekje.

Ik zou op zijn zestiende een culturele reis maken door Polen en Tjechië dankzij de sociale werken van het werk van mijn vader. Het was een tweetalige groep. Alleen op reis dus in een tijd voor 2006 toen de oppervlakte van de EU verdubbelde.

De bus vertrok ’s avonds vanuit het station van Schaarbeek. Nee, we gaan niet met de trein … Mijn moeder was mee om me uit te wuiven en ook wel een beetje om mijn bagage te dragen.

De leiding, twee oud-leerkrachten Engels en Frans, wachtte me op en na wat traantjes stapte ik op de bus richting Polen. De bus reed al gauw op de Brusselse ring en dat bood mooie vergezichten van een stad in de avondzon.

We hadden tijdens de nacht door Duitsland gereden en zelfs na 10 jaar hereenmaking waren de Duitsers nog steeds die Autobahn aan het verbeteren. De bus slingerde de hele tijd van het ene naar het andere baanvak om de wegwerkzaamheden te vermijden. Ik heb héél veel oranje lampen geteld.

Na enkele pauzes (minder toen dan nu) kwamen we aan aan de Duits-Poolse grens. Naast ons stond een auto met een aanhangwagen die volgestapeld lag met Oost-Duitse rommel. “Voor de antiekmarkt in Polen” zei de begeleidster. Toen de bus aan de twee vlaggen kwam, stapten twee douaniers op. De eerste was Duits strak in het pak en keek minieus elk paspoort na. Toen hij was uitgestapt kwam een sjofele man met een Pools vlagje op zijn arm genaaid. Hij keek naar de twee eerste rijen en zag dat het goed was en stapte terug uit de bus. De begeleiders stapten uit en gingen naar een klein kantoortje bij de grens. De buschauffeur vertelde me dat ze daar een beetje Poolse zlotys wisselen, tegen een weliswaar ongunstige koers, maar met het voordeel om sneller over de grens te raken. Het plan werkte, want nog geen half uur later was de bus al terug aan het bollen.

Na enkele kilometers verviel de snelweg al gauw tot andere standaarden. Ik herinner me dat we grote delen van het Poolse platteland aan ons voorbij zagen trekken op een eenvaksbaan. Toen de bus even halt hield sprong er al een jongen op die naarstig de ruiten van de bus begon op te blinken. Pas tegen de avond kwamen we aan in stedelijk gebied. Krakow was onze eerste bestemming. Ik probeerde het Pools te lezen dat overal op de uithangborden was geafficheerd. Maar ik kon er niets zinnigs van maken. De bus stopte aan het hotel en we checkten in. Ik werd ingekwartierd bij twee Walen. De ene leek sympatiek, maar de andere moest niets hebben van le Flamand. Na een bed gekozen te hebben trok ik naar het restaurant waar het eten werd opgediend. Het was een koude schotel in buffetvorm. Nadat we ons bordje hadden leeggegeten hadden we, als kwajongens die we toen waren, een merkteken in de ham aangebracht met ons mes. Geen grote opzichtige B maar iets kleiner. Het idee was dat diezelfde ham, die er niet zo vers meer uitzag, morgen opnieuw op de schaal zou liggen.

Na het eten ging ik met enkele gemaakte, Nederlandstalige vrienden wandelen in de historische stad. Gewapend met een kaart liepen we de deur uit. Het leek allemaal betoverend, het was aangenaam warm en de stad ontplooide zich toen nog zonder de hordes toeristen die nu waarschijnlijk de smalle straatjes opstoppen. Toen we een kiosk passeerden kochten we elk een fles cola omdat het nu eenmaal bijna niets kost. Ik vermoed dat ik omgerekend zo’n 10 frank uitgaf (25 eurocent). Na een leuke avond keerden we terug huiswaarts.