BLOG

East Neuk met een biertje

Vandaag had ik beslist om niet te werken, maar mijn brouwerijbezoek in St Andrews te combineren met een dagpas in de regio. Helaas zat ik net buiten “the Kingdom of Fife” dus moest ik een Plus-ticket kopen.

Ik ging samen met David mijn ontbijtje doen en daarna liep ik naar de bushalte waar ik in de bus de £10 aan de chauffeur gaf waarmee ik kon rondbollen.

De bus vertrok na een tiental minuutjes naar het station en daarna raasde hij over de brug over de Tay. Het landschap werd op slag open met grote velden. Na een half uur door weilanden te hebben gereden kwam ik aan in St Andrews. Ik had een uur de tijd dus besloot ik de stad te verkennen vooraleer ik meer zuidwaarts trok naar de oosthoek. Na enkele minuten kwam ik ook in oog te staan met het kasteel en de kathedraal, ietsje verder lag nog een ruïne van een oud slot. Ik liep terug langs de kust dat al een mooi voorsmaakje was van wat me te wachten stond in het zuiden. Mijn wandeling eindigde aan de golfterreinen, waar ik met wat moeite de weg terugvond naar het busstation.

Ik kwam een tiental minuten eerder aan dan de bus zou vertrekken. Er was een Express bus die me rechtstreeks naar Dunfermline zou brengen. Dat leek op de weg te liggen.

Al gauw merkte ik dat mijn route zich veel meer westelijker begaf dan ik had gedacht, waarmee ik hopelijk uit koers raakte. Op de koop toe zag ik dat de SD-kaart in mijn smartphone corrupt was geworden waardoor ik mijn ganse OS in de knoop liep. Ik vervloekte de keuze die ik destijds had gemaakt om het intern met een extern geheugen te koppelen, zodat ik nu ook geen foto’s kon opslaan… Ik liet me niet uit het lood slaan en stapte uit aan een groot busstation. Waar ik gelukkig een bus vond die naar Leven reed. Op de weg oostwaarts langs de kust pakte ik al mijn moed samen en deed een factory reset. Nadat ik terug een maagdelijk nieuw toestel had. Ik kreeg wel nog de melding dat mijn SD kaart kaput was, maar het stoorde de rest van mijn apparaat niet. Ik nam me voor om dat thuis op te lossen. (Dat helaas niet lukte, RIP). Ik downloadde van Google Play de apps die ik niet kon missen en na wat gepruts kwam ik aan in Leven. Ik liep even langs de kustweg en daarna liep ik snel terug naar de klaarstaande bus die me naar Crail zou brengen. De typische visserdorpjes waar de bus doorreed brachten me steeds in de verleiding om op STOP te drukken, maar ik deed het niet. Aangekomen in Crail liep ik naar het haventje en daarna door de hoofdstraat om langs de kustwandeling te starten. De uitzicht was prachtig. Een wilde zee die zich tegen ruwe rotsen kapot sloeg. Ik nam enkele foto’s na elkaar, maar nadien had ik beter een stukje kunnen filmen. Niet aan gedacht … Na een stevige wandeling kwam ik aan bij een camping, een bordje gaf aan dat de wandeling gewoon over de hoofdweg van de camping doorliep. Na kilometers enkel tarmac en van die plastieken huisjes te zien, kwam eindelijk terug natuur in zicht. Toen had ik het gevoel om terug te keren, maar omdat ik weigerde om terug door die betonnen woestenij te lopen, keek ik op mijn GPS. Er was een weg die parallel liep aan de kust en die me langs weilanden vol met schapen leidde. Na een stevige voettocht kwam ik terug aan in het dorpje Crail. Ik liep een winkel binnen en na wat mondvoorraad te hebben gekocht en een ijsje zette ik me neer op het bankje aan de bushalte. Ik raakte in gesprek en na een tiental minuutjes kwam de bus aangereden. Hij reed eerst heel het stuk tot de dorpsgrens om nadien pas noordelijk te rijden richting St Andrews.

De bus reed St Andrews binnen en ik ging op zoek naar de brouwerij. Google Earth was erg nuttig en algauw vond ik het adres, al was ik meer dan een uur te vroeg. In een industriele loods waren ze nog alles aan het klaarzetten. De vrouw met de clipboard raadde me aan om nog wat tijd te doden in hun keten aan pubs. Why not.

Ik ging naar hun pub in South Street en bestelde een pint. Ik werd voorgesteld aan andere CAMRA leden, maar het gesprek verliep niet vlot. Ik merkte te laat op dat er een mealdeal was. Dus bestelde ik een mac and cheese apart. Alleen duurde het meer dan 45 minuten om wat ham bij wat gekookte macaroni te doen. Ik werd er stilaan verveeld van. Nee, hier ga ik niet terug.

Terug aangekomen bij de loods werd mij naar een bevestiging gevraagd, maar die had ik blijkbaar niet. Uiteindelijk lieten ze me toch binnen. Ik nam wat chips en liet een half pint inschenken aan de toog. Intussen kwam Angela aangesloft en ik zette me bij haar groep. Hele verhalen werden verteld en het had het er erg naar mijn zin. Intussen werd de eerste groep rondgeleid en toen ze terug waren was het aan ons.

De installatie zag er mooi uit, alleen was het allemaal wat op elkaar gepakt. De brouwer was trots op zijn Chinese kit (de invoerder had wel op elk bedieningspaneel een Union Jack gezet, kwestie van wat vertrouwen te wekken). En alles zag er wel goed uit, héél precies kon hij aflezen hoeveel water er in zijn ketel zat, hoe warm het had, het gewicht van de granen, enz… Na een proeverijtje gingen we terug naar de zaal en na een klein uurtje werden we allen buitengekegeld.

Afsluiten in een pub in St Andrews hoefde niet in vraag gesteld te worden. Samen met Angela en haar naughty gang liepen we een leuk cafeetje binnen.

Iemand van de groep moest net zoals ik een bus nemen naar Dundee en we liepen samen naar de bushalte. Aangekomen aan de bushalte was het erg rustig. Tot er een groep jongeren arriveerde die vervaarlijk aan het zwaaien was met flessen wijn, wodka en ander hevig spul. Een fles overleefde de botsing met een hekkentje niet en sprong in stukken. Echt op mijn gemak voelde ik me niet en was blij dat de bus vertrok.`

Aangekomen in Dundee liepen we terug naar de Caird Hall waar we nog even konden genieten van de open bar. Ik had wat moeite om binnen te raken omdat mijn werkbadge niet werd aanvaard door de Security en ik uiteraard nog geen officiële badge had van de AGM. Uiteindelijk liet de man me binnen, met wat aansporing van andere CAMRA-leden. Schijnbaar had ik al vrienden gemaakt…

Ik kwam de zaal binnen en zettte me aan de tafel waar David al zat. Hij pochtte dat hij als opziender was aangesteld en zo gratis meekon op uitstap. Good for you, maar eigelijk boeide het me niet.

Toen de zaal werd gesloten dronken we eerst eentje in de Wetherspoons en erna wou David nog een cafe doen en ik gaf in. We eindigden in een karaoke-bar. David was niet onder de indruk, maar ik vond het nog zo slecht niet. De muziek was goed, de zangkwaliteiten waren, tja … best aanhoorbaar. De bierprijzen lagen wat hoger en het aanbod was schaars. Maar ik kwam voor de sfeer en die was best OK. Even had ik zelfs touch toen ik met de dame naast me prooste en mijn enige woorden Gaelic uitte: “Slainté Var”. Proost dus. “You can speak Gaelic” keek ze verbaasd naar me met grote ogen. Ik besloot om hier niet op in te gaan. Die avond babbelden ik en David nog (correctie de monoloog van David) een hele tijd over wat ik het geval een match had gebeurd. Ik maakte uit zijn betoog uit dat hij niet veel zin had om mij privacy te gunnen. Wat ik er ook tegen inbracht, hij wou zijn gelijk halen.

Kennismaking

Om een uur of 8 was ik al terug wakker. Ik had de hele badkamer voor mij alleen. Erna ging ik samen met David naar de nabijgelegen Wetherspoons. Ik nam mijn Schots ontbijt om er tegen te kunnen en nadien begaven we ons naar zaal. Alles was op een steenworp van elkaar.

David maakte me wegwijs in de Hall en wees alles aan. Het was een mooi, Victoriaans gebouw dat er van binnen nog beter uitzag dan de facade liet uitschijnen. Ik liep naar de Staffing Office, met enige weerspannigheid omdat ik wist dat ik daar nooit zou wegraken. Ik schreef me in en kreeg een werkbadge en een blauw T-shirt. We liepen nog wat doelloos door het gebouw maar uiteindelijk gaven we in en vroegen om een taak.

We kregen de opdracht om goodie-bags te vullen. Er was een tafel met wat flyers en die moesten allemaal in een jute zakje. (jute is waarmee Dundee groot is geworden). Uiteraard moest er ook een piepklein potje jam in (nog zoiets typisch voor de streek). We begonnen met 4 mensen. Toen er meer mensen bij kwamen splitsten we ons op en starten een nieuwe tafel. Intussen werd er continu gesleuteld aan de workflow. Bijna na een half uur had David zijn positie gevonden en was de “aanvuller” van dienst. Waardoor hij eigenlijk niets moest doen en zich toch de belangrijkste voelde.

Na een paar uren werden enkele dozen binnengesleept waarin het programma voor de AGM zat. Tja, dat moest er natuurlijk bij. Dus werd er een groepje aangesteld die alle zakjes aanvulde.

Intussen werden de nieuwe zakken volledig samengesteld. Van de 4 waarmee we begonnen namen we intussen de ganse zaal in. Een man of 25 schat ik.

Toen mijn maag begon te knorren, hield ik voor bekeken. Ik nam mijn jas en liep het gebouw uit. Ik had in België een reistas besteld dat ik liet afleveren in Dundee. Ik moest dus op zoek naar dat shopping centre. Na een leuke wandeling in de zon tussen de shoppers liep ik het gebouw in en algauw had ik de Amazon lockers gevonden. Ik scande de QR in en een deurtje sloeg open. Daarin zat een doos gekneld. Na veel trekken lukte het me om de doos eruit te wurmen, de doos was wat beschadigd hierdoor maar de inhoud was in perfecte staat. Op de terugweg liep ik langs mijn kamer en zette intussen de verwarming een paar graadjes lager. Ik ging terug richting Caird Hall en nam nog snel enkele broodjes mee uit de supermarkt. Daarna liep ik de “gelagzaal” in. Er waren twee vaten aangesloten en ik begon met vat 1. Terwijl ik het broodje dat ik in de supermarkt naast de zaal had gehaald op te eten. Na het broodje ging ik mijn glas terug – voor de helft – vullen met vat 2.

Er kwam stilaan meer volk binnen en ik nestelde me aan een tafel met bekenden. Dat vraagt om een vol glas dus ik ging nogmaals mijzelf bedienen. Vat 1 had mijn voorkeur, maar was helaas bijna aan de bodem. Dan maar een beetje persen.

Die avond hebben we nog iets gedronken in de Wetherspoons. En daarna gingen we naar een pub die in de CAMRA gids stond om andere leden te zien.

Het was een pokke-end stappen, meer dan een mijl, te veel voor David. Maar dat trok ik me niets van aan. Hij trok weeral eens mijn navigatietechnieken in twijfel. Ik had veel zin om hem zijn plan te trekken, maar hield me in en toomde mijn stapritme in zodat hij mee kon.

Na een hele poos stonden we voor de pub. We gingen binnen waar het druk was en men nadien vertelde dat er sandwiches voor ons lagen. Ik stond recht aan de toog en bestelde een biertje. Het werd ook steeds warmer en daardoor voelde ik de vermoeidheid steeds meer en meer zich meester van mij maakte. Uiteindelijk hakte ik de knoop door en vertelde dat ik naar huis zou gaan aan David. Het was toen nog maar 21u, maar het voelde alsof het al na middernacht was. Ik stapte de pub uit en in de frisse lucht. Meteen was ik een stuk helderder. Ik twijfelde of ik de bus zou nemen of dan toch dat stuk te wandelen. Ik besloot wat uit te waaien en zonder dat stuk balast ging ik ook een heel stuk sneller. Op de weg naar huis kwam ik oude bekenden tegen: Angela. De obligatoire hug en ze keek vreemd op omdat ik NU AL, naar huis ging. “Are you sure?” vroeg ze nogmaals. Nee, mijn besluit stond vast.

Ik kwam aan in mijn kamer, waar het al een stuk frisser was en keek naar een film in mijn bed. Het moet rond 23u geweest zijn toen ik het licht uitdeed. Om 2u kwam David de kamer binnen, alle lichten aandoend. En nog een hele tijd babbelend. Ergens moet die man toch beseffen dat ik wil slapen, alleen drong het niet tot hem door…

Flying In

Na een veel te lange pauze, is het terug tijd om een verhaal neer te schrijven. Al heb ik deze keer met Polarsteps wel mijn bewegingen in kaart gebracht. Dit heeft meer overzicht.

Alles begon op een maandagmorgen. Mijn vader zou me naar de Flibco bus voeren. De dag begon al in paniek doordat de lift nu wel of niet werkte. Om op veilig te spelen, bracht ik mijn koffer naar de kelder waar ik ze in mijn ruimte opsloot. Mijn ouders waren wat vroeg en kwamen dus eerst koffie drinken. Mijn moeder probeerde duidelijke afspraken te maken wat wel en niet in huis mocht gebeuren. Ik legde mijn sleutels op de salontafel. De tijd was gekomen en ik trok de deur achter mij dicht, niet wetende dat niemand die sleutels van de salontafel had genomen. Met alle gevolgen van dien, ook omdat de koffer in de kelder achter slot zat, zat er niets anders op dan om de reservesleutel te rijden en zelf te rijden naar Charleroi. Op de snelweg kwamen we de bus tegen en mijn vader probeerde die bij te houden… Wat mij niet echt rust bezorgde. Ik startte een filmpje op mijn tablet. Aangekomen in Charleroi volgden we de wegwijzers naar de Kiss&Ride dat nu dus ook al betalend was 😠. Mijn moeder hielp mee dragen en me uit te wuiven. Ik nestelde me in een hoekje voor een klein uurtje en ging toen mijn bagage inchecken. Daarna schoof ik helemaal achteraan aan. Na de controlepoortjes ging ik niet links, maar rechts. Ik nam mijn tijd om al mijn electronica in een paar bakjes te krijgen. Al vergat ik mijn schoentjes. Bijna! Daarna ging ik naar mijn gate. Het was ook hier een drukte van jewelste. Aan de Priority Rij leek geen einde te komen. Maar ik had mijn Klara podcast. Dan eindelijk in het vliegtuig. Toen bleek dat iemand op mijn plaats zat, even de steward ingeschakeld. Ik zette mijn podcast terug in gang en viel weer in mijn rust. Na een goed uur zette het vliegtuig de landing in. Het was even zoeken naar de bagagecarousel want daar stond niemand. Even later kwam een grote koffer aangebold met het hele scala stickers die ik er had opgeplakt. Jep, dit is de mijne… Nog even een luchthavenhelper geholpen die een klant had die geen enkele taal sprak…behalve. Hij zocht vruchteloos naar iemand die Frans sprak. Toch raar… dat was bijna de enige taal die ik op het vliegtuig hoorde. Anyway… Problem solved! Buitenkomend voelde ik mijn schoenen knellen. Ik raakte aan de praat met een medewerkster die ook op haar bus wachtte. Het was een kort gesprek. Ik nam de eerdere bus, op weg naar de tussenhalte. Nu, de halte was klein, slechts een paar automaten en een toilet pastte in het gebouwtje.

Aangekomen in Dundee zette ik mijn GPS aan. Ik liep er voorbij, tot ik David aantrof.

Ik was blij verrast dat hij zo snel te vinden was… normaal duurt het even voor hij zich laat zien en jawel hoor hij was in de pub te vinden. Schijnbaar had hij zijn bier in bewaring gegeven aan een man, die duidelijk wel bier lustte, ook niet het zijne. Nadat ik samen met David een nieuw bier had besteld, gingen we zitten.

De herberg was veel kleiner dan verwacht en beantwoorde allesbehalve aan de verwachtingen die ik had gesteld. Er was een WC maar die was enkele gangen verder. Iets dichterbij was een gehandicapten toilet en douche. In de meeste gevallen leek me dit de beste oplossing. Nog steeds vraag ik me af waarom er een disabled inrichting was op een eerste verdieping zonder lift.

Die avond was het terug stikheet in de kamer. David had enkele dagen eerder de verwarming op maximum gezet en het zo gelaten. Achteraf gezien is het begrijpelijk als je incalculeerd hoeveel hij drinkt en hoe weinig hij slaapt.

Hij vertelde dat hij graag ’s nachts luistert naar Radio 4 en ik wou helpen door “that can be arranged” te beloven. Ik stak mijn defecte koptelefoon in mijn reserve GSM om op die manier FM te kunnen ontvangen. Ik liet het toestel zoeken en bij de amper 8 stations die ik kon oppikken was Radio 4 bij. Ik liet het door de luidsprekers “stromen”. Om de een of andere reden had ik ingestemd om het de hele nacht aan te laten. Tot ik om 4u ’s ochtends nog wakker lag en mijn constructie afbrak. Daarna viel ik in slaap.

Van Pier naar Pol

Ik ging naar de tafel waar de lidmaatschap werden afgesloten. We deelden de plaats met de tombola.

Ik kreeg een goede uiteenzetting van het formulier. Met extra aandacht voor de opties en de betaalmogelijkheden. Het systeem van IBAN en BIC was hier blijkbaar nog niet doorgekomen. Al zag ik weinig verschillen met een account number en de sorting code. Nu zal het zeker niet meer gebeuren.

Bij deze taak hoorde ook de verkoop van T-shirts en polo’s. Maar eerst moest ik ze kunnen uitstallen. De kleding was netjes opgevouwen en op maat gesorteerd. Gelukkig, want in Londen is het wel even anders. Ik stelde een inventaris op van de kledij en hing toen een stuk van elke maat en kleur op de mobiele kapstok (die lelijk in de weg stond). Er was twijfel over de prijs van T-shirts van vorig jaar. Tja, die zouden enkel gekocht worden door verzamelaars.

Op een eiland

Na een koude nacht stond ik op. Ik kleedde me aan in mijn slaapzak om geen warmte te verliezen. Ik liep nog half slapend naar de sanitaire blok. Ook al was het er maar enkele graden warmer, het voelde goed aan. Ik waste me en duwde mijn handen extra lang onder de droger.

Ik besloot om op zoek te gaan naar ontbijt. Ik liep naar de poort, waar ik een security-man uit zijn zetel moest halen. Het hek schoof tergend traag open. Ik haalde mijn GSM uit om op mijn kaart te kijken waar er een bakkerij stond aangegeven. Erg veel was er niet. Een bakkerij kon ik ontwaren uit de POI’s in radius van een goeie kilometer. Met mijn muts diep over mijn oren en mijn sjaal twee keer rond mijn nek liep ik de straat in. Ik liep de bakkerij in en bestelde een warm broodje met ontbijt garnering. Typisch Engels kregen ze daar een gebakken ei, bacon en zelfs een tomaat tussen. Omdat mijnheer geen koffie had, nam ik maar een cola mee. Bevat ook cafeïne.

Ik nam mijn bestelling mee en liep terug naar de camping. Voor ik mezelf weer opsloot zette ik me neer op een bank naast het park. Ik nam het broodje uit de verpakking, die al half doorzichtig was geworden. Het smaakte wel, al kon ik amper alles bij elkaar houden. De cola was koud, maar de kick kwam er wel.

Nadat ik alles in een vuilnisbak had gepropt, erg veel komen ze die duidelijk niet legen, liep ik terug naar de omheining. Ik kwam een vrouw tegen met een golden retriever die duidelijk ook binnen wou. Omdat er geen bel was en de post aan de andere kant van het hek lag, probeerde we beiden zijn aandacht te trekken. Na een paar minuten hadden we in ons opzet geslaagd. De poort hing nu terug krakend en piepend open. Ik wurmde me er tussen en liep terug naar mijn tentje.

Ik nam mijn e-book mee en liep de lege evenementen tent in. Ik keek rond en besliste een kijkje te nemen in de medewerkersruimte. Ik zette me op een plooistoel. Wat ongemakkelijk klapte ik mijn e-reader open en begon mijn boek te lezen. Na een half uurtje kwam iemand de zaal binnen. Het was de man die ons gisteren York by Night (Althans het betere eten en drinken). Hij nodigde me uit om een koffie te drinken in zijn caravan, in de warmte.

De koffie smaakte extra lekker. De man in kwestie was de barmanager van de Wijnbar. Hij was volop bezig met het plastificeren van letters van zijn kraam. Tussen al die bieren moet je natuurlijk opvallen als je wijn en mede verkoopt. Na een goed kwartier kwam David voorbij slenteren. Hij werd binnen geroepen terwijl die man nog iets moest oplossen in de zaal. Toen zaten we daar, ik met mijn koffietje en David die in zijn thee zat te soppen. Ik wilde vertrekken toen de man terug kwam. Op dat moment trok ik naar de zaal en David ging zich verfrissen.

In de zaal was er intussen wat leven gekomen. Er lag een hoop bidon van het slagveld dat beertasting werd genoemd. Het massa aan bieren ging toen in zo’n hoog tempo dat er amper tijd was om ze netjes te stapelen. En dan was er uiteraard de glazen die wel gestapeld waren maar nog moesten gewassen worden… en gedroogd. Uit verveling hielp ik wat mee met dat werkje. Ik zette de glazen in de trays en nadat ze door de wasmachine waren uitgedampt hief ik de mand naar de droger. Drie ronddraaiende glasborstels met drie haardrogers op gericht. Het gaf vooral een zalige warmte af. Ik duwde een voor een de glazen op de drogers.

Ik slaagde erin om de hoop glazen te reduceren tot netjes geplaatste manden. In het begin deed ik alles alleen maar de vaste kracht van afwas hielp me en liet hem het vervelende werk doen van de afdroogmachine. Al kwam ik af en toe mijn handen warmen. Het wassen ging sneller dan het drogen, waarmee zich een wachtrij ophoopte, met als gevolg dat er condens op de glazen kwam. Dan maar wat tijd tussen steken.

Na een goed uur was alles verdwenen in dozen en was het intussen mogelijk om in te checken. Ik schoof netjes aan en kreeg heel wat tabellen voorgeschoteld waarin ik mezelf moest terugvinden. De ene vrouw gaf me een badge, de andere de drank- en eetbonnetjes voor die dag. En de laatste was de takenlijst. Ik kreeg die dag twee taken: membership en foyer.

Na een half uurtje kletsen was het festival dan officieel begonnen.

Op zoek naar de renbaan

Hij laadde alle bagage in zijn auto en stapte in. Ik hielp wat kijken om de weg te vinden uit de haven en voor we het wisten waren we op de grote weg naar York. Hij stelde voor om onderweg ergens te stoppen voor een ontbijt dat ik geen slecht idee vond, daar ik enkel koffie achter de kiezen had. Helaas bleef hij doorrijden.

Toen we bij de stadsmuren van York waren parkeerde hij eindelijk zijn auto op een peperdure parking naast een Wetherspoons. We gingen binnen en even later stond er een English breakfast voor mijn neus. Met all-you-can-drink koffie. Ik heb alle variaties geprobeerd.

Daarna stapten we terug in en gingen op zoek naar de Racecourse. Die zoals gewoonlijk weer onvindbaar bleek voor David. Zou een GPS helpen? Ik had niet veel zin om tegen zijn onwrikbaar gevoel in te gaan. Al zagen we wel de grote tent, waar was die ingang! Na 3 keer door de stad te hebben gereden, vroeg ik hem om onder de 30mph grens te blijven en plots kwam ik een pijltje op het spoor. Die ons de juiste richting in stuurde.

David reed langzaam over de met planken bezette renbaankruising. We kwamen aan een checkpoint. David zwaaide even de security liet ons binnen. Daarna zette hij de auto op de parking.

We namen onze tenten uit de koffer en droegen ze naar het kampeerterrein. Ik gooide alles open en zette mijn grondzeil. Daarna kieperde ik alles in mijn tent. Dan hees ik het buitenzeil over de tent. Toen ik de haringen in de grond wou kloppen, leende ik de hamer van David. Omdat de wind recht in mijn tent blies, was ik in de onmogelijk om mijn ingangskoepeltje te maken. Ik liet het dan maar zo. Intussen had David zijn tent ook geïnstalleerd. Maar wat hij er mee wou doen weet ik niet. Hij zou in zijn auto slapen zei hij me.

We liepen de tent in om eens de sfeer op te snuiven. Veel was er nog niet te beleven.

Ik hielp mee met stoelen zetten, maar voelde dat iedereen op elkaar was ingespeeld. Toen David vroeg of ik wou helpen aan het opblinken van de koperen tapkranen liet ik dan ook de set-up team voor bekeken. Ik nam een vod en wat koperpoets en begon te schuren. Sommige vlekken leken er al een jaar op te zitten. Iemand kwam met een andere stof waarmee het allemaal wat vlotter liep, al was het maar een beetje. We waren met een groepje van vier. Ik was niet echt tevreden met mijn resultaat, maar we hadden vooral plezier. Toen we bijna aan het eind van de rij waren. Moest er worden getapt voor de smaakproef. De regel was wie tapt, mag niet meedoen aan de blinde test. Wat ook logisch was, omdat je wist welk nummer met welk bier correspondeerde. Ik kreeg een lijst van de bieren en een hele stapel lege melkkannen. (Van die witte plastic flacons van 4 pints met een handvat aan). Tot daar de theorie. De praktijk ging stukken moeilijker… Ten eerste waren bijlange niet alle bieren al tapklaar. Ieder had een andere werkwijze, wat het ook niet gemakkelijker maakte. En dan had je nog die stapel flessen die al snel uitgeput waren. Uiteindelijk waren er zich enkelen die zich ontfermden over het klaarmaken en afsluiten van de flessen en belangrijk in juiste volgorde zetten. Zodat ik me enkel nog moest bezighouden met het juiste bier in de juiste nummer te krijgen. Wat de nodige concentratie vereiste. Veel brouwerijen leverden enkele bieren en net die die op lijst stond was uiteraard nog niet klaar. Ik heb vele keren die taak vervloekt.

Nadat alle bieren waren ingeblikt. Ging ik naar de medewerkersruimte. Een vat was beschikbaar voor de vrijwilligers. Terwijl ik het glas aan mijn lippen zette, raakte ik in gesprek met enkele van mijn collega’s. We spraken onder andere over de bier proeverij en dat ik dat nog nooit had meegemaakt. Ze vroegen zich af waarom ik gewoon niet aanschoof. Tenslotte kende ik het bier toch niet, zodus was er weinig sprake van bevooroordeling.

Ik nam mijn glas en begaf me naar de tent. Ik schoof aan aan de tafel van David. Ik werd met open armen ontvangen. Maar eerst … Werk inhalen. Ik was een ronde achter. Dus moest ik in een relatief hoog tempo inschatten hoe bier 1 tot 6 van die categorie rook, eruitzag en smaakte. In de smaak welke smaken ik gewaar werd en ten slot wat de nasmaak vrijgaf. Maar bovenal hoe hoog ik het bier inschatte. Daarna werden alle scores op een gezamenlijke fiche geschreven en werden totalen opgesteld. Welk bier behaalde de hoogste score. Daarna kon ik meedoen met de groep. Nog een reeks van 6 bieren proeven. Intussentijd kwam onze fiche terug. We hadden een gelijkstand en dat mocht niet … Herproeven dan maar … Hoe een bierproever leiden kan.

Voor de leek: bij een bierproeverij krijgt iedere proever een paar slokken bier in zijn glas gegoten. De bedoeling is om in één slok het bier te analyseren. Lukt dat niet dan is er nog een tweede slok om dat goed te maken.En wat gebeurt er dan met het restje in het glas hoor ik u denken… wel, dat gaat onherroepelijk in de slough-bucket. Een emmer met de restjes. Tenslotte is het wel de bedoeling dat men de bieren kan beoordelen.


Na een uur of 2 had elke tafel (en dat waren toch er al zo’n 8) elk een half emmertje vol. En nee, ook met de restjes zijn we spaarzaam. Vooraleer we de regenwormen erg blij gaan maken, moet eerst alles opgemeten worden. De inhoud van de emmers wordt genoteerd als “verlies” en dan pas wordt de inhoud over het grasveld verdeeld. Hadden we dat maar niet gedaan … want het heeft de daarop volgende dagen de hele tijd geregend. Wel zag je waar de bodem was gevoed, want daar groeide het gras net iets vlotter.

Tijdens de laatste ronde werden er plannen gemaakt. We vroegen een van de locals om advies om een hapje te eten. Hij voerde ons naar een hamburgertentje van een keten die vooral in Zuid-Engeland snel in opmars was: Five Guys. Voor we binnenstapten keek ik naar de York Minster waar we naast stonden geparkeerd. ’s Nachts zag ze er grandieus uit. Maar nu naar binnen want mijn maag knort. De zaak had een minimalistisch design: witte muren met rood/witte blokken op de toonbank, veel metalen elementen.  Kortom typisch een American Diner. Wat uniek was was er op de menukaart geen hamburgers stonden maar een hele reeks ingrediënten. Het was voor mij dus een heel karwei om mijn hamburger samen te stellen. Gelukkig was de drank wel in één geheel uit een self-service automaat te halen. Nadat ik met mijn lege beker naar de drankautomaat liep en snapte hoe het ding functioneerde, vulde ik mijn beker. Nadien wou ik nog wat ijsblokjes eraan toevoegen. Helaas had ik niet gerekend op de kracht waarmee de blokjes naar beneden schoten. Ik verloor de grip op de beker en een pint cola schoot naar beneden. Ik kon nog net op tijd wegspringen terwijl een pint naar beneden gutste. Er lag wel een mat maar die kon die hoeveelheid natuurlijk niet aan en ik veroorzaakte een mini-tsunami. Nadat ik me duizendmaal had ge-excuseerd aan één van die vijf guys die met de dweil al in de weer was en die mat naar buiten sleepte. Ik deed opnieuw een poging en deze keer deed ik mijn glas maar half zo vol. Intussen waren de paar dienborden op tafel beland. Ik wou net een hap nemen uit mijn hamburger toen de local me tegenhield. Had jij geen bacon gevraagd? -Ja -Dan is deze van jou. We wisselden onze hamburgers. Het is natuurlijk moeilijk om ze uit elkaar te houden, als er enkel een bestelnummer bij de bestelling zit. Ik was dus niet nummertje 1 maar nummer 3. Geen kwaad was geschied. De hamburger was inderdaad overheerlijk. Ik nam enkele chili-frietjes maar bleef wijselijk bij mijn potato wedges. Intussen stal ik enkele chips bij David. Kwestie van de vergelijking te kunnen maken… Nadat ik 2 pint cola ophad, was een toilet uiteraard handig. Ik zocht overal maar kon geen vinden, tot ik een trap zag. In de veel minder verlichte ruimtes van het gebouw, zag ik een hoek een deur met een pictogram op. De volgende momenten zijn onbeschrijfelijk. Ik ging terug naar beneden en intussen waren mijn maten al klaar om te vertrekken. We liepen de deur uit en de uitbater volgde ons en sloot de deur achter ons. We werden letterlijk uit de zaak geveegd.

Er was nog tijd voor een biertje, dus volgde ik de local die ons naar een pub begeleidde. Aan de bar was het druk en het duurde dan ook een hele tijd eer we bediend werden. Ik had een bier in gedachten maar het vat was af. Dan maar een andere vinden, de barman was niet zo geduldig en ging naar een andere klant. Toen ik opnieuw wou bestellen moest ik dan ook weeral een tijdje wachten. Deze keer wou ik iets speciaals proberen. Het werd afgeraden door de local, maar ik wou het wel eens proberen. Ik bestelde het bier, maar het leek niet getapt te worden. Na een vijftal minuten vroeg ik het nog eens. Het bier bleek echter wel getapt te zijn, en was op de toonbank tussen de klanten in gezet, en had intussen al wat van zijn imago verloren. We vonden een tafeltje en ik zette het bier voor me. Ik proefde van het bier en het smaakte inderdaad speciaal. Niet iets wat ik normaal rap zou drinken. Mijn vrienden raadden me aan om het bier te laten staan, maar iets hield me daar in tegen. De volgende zou beter zijn! Ik ging terug naar de bar en bestelde de volgende ronde. Toen ik mijn lippen aan mijn glas zette bleek dat ik het

En wat gebeurt er dan met het restje in het glas hoor ik u denken… wel, dat gaat onherroepelijk in de slough-bucket. Een emmer met de restjes. Tenslotte is het wel de bedoeling dat men de bieren kan beoordelen.
Na een uur of 2 had elke tafel (en dat waren toch er al zo’n 8) elk een half emmertje vol. En nee, ook met de restjes zijn we spaarzaam. Vooraleer we de regenwormen erg blij gaan maken, moet eerst alles opgemeten worden. De inhoud van de emmers wordt genoteerd als “verlies” en dan pas wordt de inhoud over het grasveld verdeeld. Hadden we dat maar niet gedaan … want het heeft de daarop volgende dagen de hele tijd geregend. Wel zag je waar de bodem was gevoed, want daar groeide het gras net iets vlotter.

Tijdens de laatste ronde werden er plannen gemaakt. We vroegen een van de locals om advies om een hapje te eten. We waren zo snel weg dat ik vergat om mijn geld mee te nemen. Ik zal wel voorschieten zei de man. Hij voerde ons naar een hamburgertentje van een keten die vooral in Zuid-Engeland snel in opmars was: Five Guys. Voor we binnenstapten keek ik naar de York Minster waar we naast stonden geparkeerd. ’s Nachts zag ze er grandieus uit. Maar nu naar binnen want mijn maag knort. De zaak had een minimalistisch design: witte muren met rood/witte blokken op de toonbank, veel metalen elementen.  Kortom typisch een American Diner. Wat uniek was was er op de menukaart geen hamburgers stonden maar een hele reeks ingrediënten. Het was voor mij dus een heel karwei om mijn hamburger samen te stellen. Gelukkig was de drank wel in één geheel uit een self-service automaat te halen. Nadat ik met mijn lege beker naar de drankautomaat liep en snapte hoe het ding functioneerde, vulde ik mijn beker. Nadien wou ik nog wat ijsblokjes eraan toevoegen. Helaas had ik niet gerekend op de kracht waarmee de blokjes naar beneden schoten. Ik verloor de grip op de beker en een pint cola schoot naar beneden. Ik kon nog net op tijd wegspringen terwijl een pint naar beneden gutste. Er lag wel een mat maar die kon die hoeveelheid natuurlijk niet aan en ik veroorzaakte een mini-tsunami. Nadat ik me duizendmaal had ge-excuseerd aan één van die vijf guys die met de dweil al in de weer was en die mat naar buiten sleepte. Ik deed opnieuw een poging en deze keer deed ik mijn glas maar half zo vol. Intussen waren de paar dienborden op tafel beland. Ik wou net een hap nemen uit mijn hamburger toen de local me tegenhield. Had jij geen bacon gevraagd? -Ja -Dan is deze van jou. We wisselden onze hamburgers. Het is natuurlijk moeilijk om ze uit elkaar te houden, als er enkel een bestelnummer bij de bestelling zit. Ik was dus niet nummertje 1 maar nummer 3. Geen kwaad was geschied. De hamburger was inderdaad overheerlijk. Ik nam enkele chili-frietjes maar bleef wijselijk bij mijn potato wedges. Intussen stal ik enkele chips bij David. Kwestie van de vergelijking te kunnen maken… Nadat ik 2 pint cola ophad, was een toilet uiteraard handig. Ik zocht overal maar kon geen vinden, tot ik een trap zag. In de veel minder verlichte ruimtes van het gebouw, zag ik een hoek een deur met een pictogram op. De volgende momenten zijn onbeschrijfelijk. Ik ging terug naar beneden en intussen waren mijn maten al klaar om te vertrekken. We liepen de deur uit en de uitbater volgde ons en sloot de deur achter ons. We werden letterlijk uit de zaak geveegd.

Er was nog tijd voor een biertje, dus volgde ik de local die ons naar een pub begeleidde. Aan de bar was het druk en het duurde dan ook een hele tijd eer we bediend werden. Ik had een bier in gedachten maar het vat was af. Dan maar een andere vinden, de barman was niet zo geduldig en ging naar een andere klant. Toen ik opnieuw wou bestellen moest ik dan ook weeral een tijdje wachten. Deze keer wou ik iets speciaals proberen. Het werd afgeraden door de local, maar ik wou het wel eens proberen. Ik bestelde het bier, maar het leek niet getapt te worden. Na een vijftal minuten vroeg ik het nog eens. Het bier bleek echter wel getapt te zijn, en was op de toonbank tussen de klanten in gezet, en had intussen al wat van zijn imago verloren. We vonden een tafeltje en ik zette het bier voor me. Ik proefde van het bier en het smaakte inderdaad speciaal. Niet iets wat ik normaal rap zou drinken. Mijn vrienden raadden me aan om het bier te laten staan, maar iets hield me daar in tegen. De volgende zou beter zijn! Ik ging terug naar de bar en bestelde de volgende ronde. Toen ik mijn lippen aan mijn glas zette bleek dat ik het verkeerde bier had. Nu, dat bier smaakte beter dan dat van de local waarvoor het bedoeld was, en kwamen overeen om het zo te laten. Na deze avond van misverstanden gingen we terug naar de auto.

Terug in het “tentenkamp” nam ik mijn materiaal uit de auto van David en liep richting mijn tent. Het was al behoorlijk koud geworden. Ik kroop in mijn slaapzak en probeerde wat op te warmen. Ik veranderde mijn kleren in de tent. Toen ik na een half uurtje nog een sanitaire pauze moest inlassen, liep ik al klappertandend naar de sanitaire blok. Gelukkig was het hier een paar graden warmer.

De weg kwijt

Ik had mijn wekker gezet zodat ik op tijd kon douchen en voor de grote vloot een koffie kon drinken.

Om 7u werd de nieuwe dag aangekondigd door de luidsprekers in de gang. Intussen was ik al aangekleed.

Het was nog donker toen ik de bar betrad. Ik bestelde een koffie. Ik zag buiten dat we al op de Humber voeren richting Kingston-upon-Hull (kortweg Hull). De lichtjes van de industrie in de verte was een mooi zicht.

Ik had nog een paar oude bankbiljetten over en vroeg aan de barrista of ik ze bij hem kon inwisselen. Een beetje gewrongen vertelde me dat dat niet kon. Ik ging terug naar mijn plaats en las verder in mijn boek.

We naderden de dokken en ik zag het andere schip al liggen,die op Rotterdam voer.

Uit mijn studie vooraf wist ik dat mijn ferry uit Zeebrugge in een ander dok aanlegde.

Wat ik niet wist was dat de doorgang naar dat dok erg smal was.

Dat kleine rode bootje dat achteraan het schip hing trok het schip recht zodat het tussen het dok pastte. Best wel een krachtpatserke. Aan beide zijden was er een goeie decimeter over. Van precisie gesproken.

Ik had intussen een mailtje en een SMS gestuurd naar David om te laten weten dat ik er bijna was.

Zoals gewoonlijk kreeg ik geen antwoord. Al ben ik het intussen al gewoon, het gaf me weinig vertrouwen.

Toen de melding over de intercom kwam om uit te schepen en ik klaar stond om alle bagage mee te nemen, riep de barrista me. Hij vertelde me dat het nu wel kon om geld te wisselen. Daarnet was het wat moeilijker toen zijn overste erbij stond. “Hoeveel heb je bij je?” “zo’n £30” zei ik. “No problem”. Na een minuutje haalde hij splinternieuwe briefjes uit zijn kassa en was alweer een probleem opgelost.

Ik nam alle materiaal mee en begaf me naar buiten, er stond een stevige wind toen ik van boord stapte. Nog even snel door de douane en we staan in Engeland. Ik liep verder en was blij toen David me opwachtte in de aankomsthal. Hij was wat zenuwachtig omdat hij eerst aan de verkeerde terminal stond. Ik stelde hem gerust dat ik wel even had gewacht.

Hij laadde alle bagage in zijn auto en stapte in. Ik hielp wat kijken om de weg te vinden uit de haven en voor we het wisten waren we op de grote weg naar York. Hij stelde voor om onderweg ergens te stoppen voor een ontbijt dat ik geen slecht idee vond, daar ik enkel koffie achter de kiezen had. Helaas bleef hij doorrijden.

Toen we bij de stadsmuren van York waren parkeerde hij eindelijk zijn auto op een peperdure parking naast een Wetherspoons. We gingen binnen en even later stond er een English breakfast voor mijn neus. Met all-you-can-drink koffie. Ik heb alle variaties geprobeerd.

Daarna stapten we terug in en gingen op zoek naar de Racecourse. Die zoals gewoonlijk weer onvindbaar bleek voor David. Zou een GPS helpen? Ik had niet veel zin om tegen zijn onwrikbaar gevoel in te gaan. Al zagen we wel de grote tent, waar was die ingang! Na 3 keer door de stad te hebben gereden, vroeg ik hem om onder de 30mph grens te blijven en plots kwam ik een pijltje op het spoor. Die ons de juiste richting in stuurde.

David reed langzaam over de met planken bezette renbaankruising. We kwamen aan een checkpoint. David zwaaide even de security liet ons binnen. Daarna zette hij de auto op de parking.

We namen onze tenten uit de koffer en droegen ze naar het kampeerterrein. Ik gooide alles open en zette mijn grondzeil. Daarna kieperde ik alles in mijn tent. Dan hees ik het buitenzeil over de tent.

Toen ik de haringen in de grond wou kloppen, leende ik de hamer van David. Omdat de wind recht in mijn tent blies, was ik in de onmogelijk om mijn ingangskoepeltje te maken. Ik liet het dan maar zo.

Intussen had David zijn tent ook geïnstalleerd. Maar wat hij er mee wou doen weet ik niet. Hij zou in zijn auto slapen zei hij me.

We liepen de tent in om eens de sfeer op te snuiven. Veel was er nog niet te beleven.

Ik hielp mee met stoelen zetten, maar voelde dat iedereen op elkaar was ingespeeld. Toen David vroeg of ik wou helpen aan het opblinken van de koperen tapkranen liet ik dan ook de set-up team voor bekeken.

Ik nam een vod en wat koperpoets en begon te schuren. Sommige vlekken leken er al een jaar op te zitten. Iemand kwam met een andere stof waarmee het allemaal wat vlotter liep, al was het maar een beetje.

We waren met een groepje van vier. Ik was niet echt tevreden met mijn resultaat, maar we hadden vooral plezier. Toen we bijna aan het eind van de rij waren. Moest er worden getapt voor de smaakproef.

De regel was wie tapt, mag niet meedoen aan de blinde test. Wat ook logisch was, omdat je wist welk nummer met welk bier correspondeerde.

Ik kreeg een lijst van de bieren en een hele stapel lege melkkannen. (Van die witte plastic flacons van 4 pints met een handvat aan). Tot daar de theorie.

De praktijk ging stukken moeilijker… Ten eerste waren bijlange niet alle bieren al tapklaar. Ieder had een andere werkwijze, wat het ook niet gemakkelijker maakte. En dan had je nog die stapel flessen die al snel uitgeput waren. Uiteindelijk waren er zich enkelen die zich ontfermden over het klaarmaken en afsluiten van de flessen en belangrijk in juiste volgorde zetten. Zodat ik me enkel nog moest bezighouden met het juiste bier in de juiste nummer te krijgen. Wat de nodige concentratie vereiste. Veel brouwerijen leverden enkele bieren en net die die op lijst stond was uiteraard nog niet klaar. Ik heb vele keren die taak vervloekt.

Nadat alle bieren waren ingeblikt. Ging ik naar de medewerkersruimte. Een vat was beschikbaar voor de vrijwilligers. Terwijl ik het glas aan mijn lippen zette, raakte ik in gesprek met enkele van mijn collega’s. We spraken onder andere over de bier proeverij en dat ik dat nog nooit had meegemaakt. Ze vroegen zich af waarom ik gewoon niet aanschoof. Tenslotte kende ik het bier toch niet, zodus was er weinig sprake van bevooroordeling.

Ik nam mijn glas en begaf me naar de tent. Ik schoof aan aan de tafel van David. Ik werd met open armen ontvangen. Maar eerst … Werk inhalen. Ik was een ronde achter. Dus moest ik in een relatief hoog tempo inschatten hoe bier 1 tot 6 van die categorie rook, eruitzag en smaakte. In de smaak welke smaken ik gewaar werd en ten slot wat de nasmaak vrijgaf. Maar bovenal hoe hoog ik het bier inschatte.

Daarna werden alle scores op een gezamenlijke fiche geschreven en werden totalen opgesteld. Welk bier behaalde de hoogste score.

Daarna kon ik meedoen met de groep. Nog een reeks van 6 bieren proeven.

Intussentijd kwam onze fiche terug. We hadden een gelijkstand en dat mocht niet … Herproeven dan maar … Hoe een bierproever leiden kan.

Voor de leek: bij een bierproeverij krijgt iedere proever een paar slokken bier in zijn glas gegoten. De bedoeling is om in één slok het bier te analyseren. Lukt dat niet dan is er nog een tweede slok om dat goed te maken.

De grote boot

Omdat ik veel bagage moest meenemen naar York. Had ik mijn ouders gevraagd om me te voeren naar de ferryhaven van Zeebrugge.

Vandaag was het dan het moment. Ik heb mijn vader wat moeten helpen om de weg te vinden, het is dan ook niet echt voorzien op bezoekers.

Mijn vader parkeerde de auto in de buurt en mijn ouders hielpen dragen: mijn tent, mijn rugzak en mijn picknick zak. Misschien beetje overkill.

Ik liep de terminal binnen en liet mijn bagage aan de stoeltjes staan. Intussen checkte ik in. Had ik niet alles in een zak willen steken dan had ik nu al mijn tent in het vrachtruim kunnen steken.

Nadat ik mijn ouders had bedacht voor de hulp liep ik door de bewakingspost. Mijn moeder vroeg nog waar ze me moest ophalen binnen een week. “Zelfde plaats”, riep ik nog na.

Ik liep door en bestelde nog een koffie bij de cafetaria. Mijn bagage trok de aandacht en zo had ik een gesprek met enkele medereizigers. Het plan van gratis bier stond hun wel aan. Ik ging er niet meer tegen in.

Een halfuur voor vertrek, liep ik naar de ticketcontrole. Om geen wantrouwen te wekken, deed ik netjes de zigzag die was gespannen als wachrij.

Verder was het dan tijd voor de paspoort controle. De agent had gevoel voor humor toen hij antwoordde op mijn vraag welke richting ik uit moest met “gewoon de pijltjes volgen tot de boot. Er is maar een…”

Ik liep verder en kwam op de loopbrug terecht waar ik werd begroet door een, vermoedelijk, Vietnamese bemanning.

Ik kreeg aanwijzingen om naar een kastje te gaan waar een purser sleutels uitdeelde. Met mijn boardingkaart liep ik naar de man. Hij overhandigde mijn sleutel.

Ik liep de kajuitenzone in en helemaal achteraan was mijn kajuit.

Ik dropte mijn spullen in een hoekje van de kamer.

Ik inspecteerde de kajuit om te zien wat de prijs/kwaliteit was.

De badkamer was wat benepen. Tussen de wc en de douche kraan was een gordijn.

Verder merkte ik dat de wc niet doorspoelde… Voor ik het ding gebruikte.

Ik ging eerst langs bij het wisselkantoor. Eens vragen of ze mijn oude ponden die ik van mijn moeder kreeg kon inwisselen. Nee, zei de dame, maar ze worden wel aanvaard als betaalmiddel aan boord. Overal waar ik kwam gaf ik dus oude briefjes.

Daarna nam ik mijn e-book en ging terug op stap.

In de gang hing een plan, dat je wel nodig had om niet te verdwalen.

Ik stopte even aan de klantendienst om het euvel met het toilet te melden. Ze zouden gaan kijken.

Er waren twee bars. Een met een disco theme en de andere met een loungy sfeer met piano en zang.

Ik nestelde me op een bank in die laatste en bestelde een Guinness om mijn e-boek te verorberen.

De artieste speelde op verzoek, maar er waren toch wat gekende nummers die niet kon. Ik had geen “Great Expectations”…

Toen de scheepsklok 11u sloeg, vertrok naar mijn bed.

Intussen was de wc hersteld.

Een dag vol plezier

We stonden vroeg op, zo rond 8u, en de gastvrouw had intussen al ontbijt gemaakt. Het rook heerlijk naar verse koffie en er lagen dikke sneden volkorenbrood te wachten. Niet echt Silke’s favoriet.

Ik besloot om binnendoor te rijden en kwam na een 20 tal kilometers op een Route National op een kleinere weg terecht. Ik zag de Rijn steeds dichterbij komen en in Rhinau lag ze letterlijk voor onze voeten. Toen de GPS me vertelde dat ik richting water moest rijden, leek dat niet te kloppen. Tot ik op mijn stappen terugkeerde en een autoveer zag. Ik reed terug de toegangsweg op en reed de veer op. Silke wou op het dek kijken maar de auto’s stonden zo dicht op elkaar gepakt dat ik haar de toelating niet durfde geven. Ze kon niet geloven dat de grens tussen Duitsland de Rijn was. Aan de overkant van de rivier was dan ook amper een aanwezig te vinden, behalve het bord dat de kreis aanduidde. We waren nu in Kappel. De weg was landelijk tot we een dorpje bereikten die uitpuilde van de logies. We waren op de goede weg. Ik volgde de borden naar Rust en algauw kwam de gigantische parking in zicht.

Ik reed de parking op en toonde de QR code van mijn voorbetaald parkingticket aan de scanner. De slagboom ging open en ik zocht een plaatsje.

De heenrit

Ik had afgesproken om mijn nichtje op te halen om 10u in Eeklo.
Daar aangekomen wou ze eerst haar vervroegd verjaardagscadeau testen: de Polaroid camera. Na enkele pogingen in de tuin kwamen we tot een goed resultaat.

We vertrokken na 11u. Maar eerst sloegen we proviand in bij de Delhaize. Het plan om de reis te breken in de IKEA van Arlon werd meer en meer onwaarschijnlijk.
We zijn gestopt … in de IKEA van Gent. Na de typische Zweedse balletjes en een softijsje reed ik verder … onder een loden zon.

Omdat het Atomium op de weg lag, maakte ik een korte omweg. Daar bekeken we het aluminium bouwwerk van alle kanten en smulden we van de Fair Trade chocolade.

Na een adempauze op een parking voorbij Namen. Het plan was om geen de tolwegen te vermijden maar ik was slecht voorbereid… De GPS die ik gebruikte kan niet meerdere kaarten tegelijk tonen en dus moest ik een traject binnen de landsgrenzen plannen. Probeer maar eens als je door België, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk wilt navigeren. Op de koop toe had de kaart van Duitsland de verkeerde bestandsnaam en kwam dan ook niet op mijn GPS. Na wat prutsen met mijn tablet in de felle zon was de kaart hernoemd.

Toen we goed op weg waren naar Luxemburg vroeg mijn nicht zich af hoe ze best haar foto’s die ze had gemaakt van het Atomium kon bewaren. Droog en donker gaf ik haar als advies. Dus moesten we een etuitje halen. Ze keek op haar smartphone waar de dichtstbijzijnde winkels zijn. Ze kon me overtuigen om af te rijden in Wellin, vandaar was het 2 km rijden naar een Action. Valt mee dacht ik. Daar aangekomen zochten we de winkel af en na een goed halfuur zoeken waren we terug op weg.

Ik passeerde de IKEA van Arlon en nu wist ik dat we bijna in Luxemburg zouden zijn. Ik wees Silke op de landsgrens maar aan 120 km/h is het moeilijk om het bord te fotograferen. De GPS gaf al snel geen kaart meer en ik had geen zin om te stoppen om de kaart te vervangen … ik vind het wel dacht ik…

Ik wist van mijn voorbereiding dat ik richting Saarbrücken moest rijden, maar eenmaal aan de Duitse grens… zag ik nergens borden naar Saarbrücken. Ik raakte meer en meer in de war en het werd ook steeds later, het was intussen al bijna 18u.
Ik draaide mijn kar aan Trierweiler en zette mijn smartphone aan het werk. Ik reed de 30 km terug naar Luxemburg stad waar ik kon afslaan naar de tolweg van Metz. Voor ik Frans grondgebied inreed stopte ik nog aan een tankstation om toch iets uit te sparen.

Al snel zag ik de tolkantoren en nam een ticketje. Nu verliep de rit goed en al gauw was ik aan Metz. Soepel vond ik de weg naar Straatsburg en daar was het opnieuw een tolticketje nemen. De weg naar de Vogezen begon meer en meer bochtig te worden en ook de hoogteverschillen werden steeds groter, op de koop toe waren over lange stukken verbeteringswerken aan de gang waardoor ik op één rijstrook moest rijden. En toen ging mijn telefoon af, ik zag dat het een Frans nummer was, dus wist ik dat mijn host mij probeerde te contacteren. Ik had geen zin om nog meer tijd te verliezen en besloot iets terug te sturen als ik van de snelweg was.

Ik telde de kilometers naar Strasbourg af en was eindelijk van de snelweg. Ik stopte even langs de kant van de weg om een berichtje te sturen dat ik er bijna was.
Het was echter nog een halfuurtje voor ik het dorp Lipsheim binnenreed. Vandaar was het in een woonwijk de ganse tijd links en rechts indraaien. Tot uiteindelijk … rond 22u … we voor een huis parkeerden. Ik stapte uit om te kijken of ik juist was en een vrouw kwam me tegemoet.

Ze was blij om mij te zien. We zetten al de bagage binnen en ze toonde ons de kamers. Daarna zette de gastvrouw ons voor de Tv terwijl ze in de keuken nog snel iets maakte om onze hongerige magen te vullen.

Na een halfuurtje was de quiche klaar en Silke smulde van de lokale specialiteit. Ze kon er niet genoeg van krijgen. Nadat ze voldaan was ging ze naar haar kamer om te slapen. Ik praatte nog wat met de gastvrouw maar maakte het ook niet te laat omdat ik morgen een drukke dag voor de boeg had.